RIVM wijst wormen aan als belangrijkste bron van PFAS in hobbyeieren

Kippen die buiten scharrelen krijgen vooral via wormen in de bodem PFAS binnen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het RIVM naar de herkomst van de stoffen in eieren van hobbykippen.

Het RIVM heeft een belangrijke aanwijzing gevonden voor de herkomst van PFAS in particuliere eieren. Volgens het instituut krijgen kippen die als hobby worden gehouden de schadelijke stoffen vooral binnen via wormen uit de bodem. Aanleiding voor het vervolgonderzoek was een eerdere conclusie van het RIVM, begin 2025. Toen bleek dat in particuliere eieren in heel Nederland vaak meer PFAS zit dan in commerciële eieren. Het gaat om eieren van kippen die worden gehouden in bijvoorbeeld tuinen, moestuinen, dierenweitjes en op zorg- en kinderboerderijen.

Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat vooral eieren van kippen die buiten lopen hoge concentraties PFAS bevatten. In eieren van kippen die binnen worden gehouden, werden aanzienlijk lagere hoeveelheden gemeten. Ook trof het RIVM relatief veel PFAS aan in wormen. Die nemen de stoffen op uit de bodem, waarna ze via het natuurlijke pikgedrag van kippen in de eieren terechtkomen. Volgens het instituut wijst ook de samenstelling van de aangetroffen stoffen in die richting. In de wormen werden namelijk dezelfde soorten PFAS gevonden als in de particuliere eieren. Andere kleine bodemdieren, zoals spinnen, kevertjes en slakken, zijn nog niet uitgesloten als mogelijke bron. Het RIVM zegt daarover nog geen harde conclusies te kunnen trekken, omdat daarvoor meer metingen nodig zijn.

Naast wormen keek het instituut ook naar andere mogelijke bronnen in de leefomgeving van kippen. PFAS werd soms aangetroffen in water, grond, bodembedekking zoals stro en zaagsel, en in materialen als hout van kippenhokken en meubels. De hoeveelheden waren volgens het RIVM echter veel lager dan in wormen. Daarmee kunnen deze bronnen de hoge concentraties in particuliere eieren niet verklaren. Ook onderzocht het RIVM of de hoeveelheid PFAS in eieren gedurende het jaar verandert. Die variatie blijkt er inderdaad te zijn, maar een direct verband met de seizoenen is niet gevonden. Veel kippen leggen in de winter minder of helemaal geen eieren. De verwachting was daarom dat PFAS zich in die periode zou ophopen en later in hogere concentraties in de eerste eieren terug te vinden zou zijn. Dat effect is in het onderzoek niet aangetoond. Wat de schommelingen dan wel veroorzaakt, is nog onduidelijk. Volgens het RIVM is aanvullend onderzoek nodig om daar meer zicht op te krijgen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *