Het KNMI gaat vanaf november weerwaarschuwingen afstemmen op kleinere, flexibele gebieden in plaats van complete provincies. Daardoor wordt duidelijker waar gevaarlijk weer wordt verwacht en welke locaties risico lopen.

Tot nu toe geeft het KNMI waarschuwingen uit voor de twaalf Nederlandse provincies. Daardoor kan bijvoorbeeld code oranje gelden voor een hele provincie, terwijl het gevaarlijke weer slechts een deel daarvan treft. Met de nieuwe werkwijze wil het instituut waarschuwingen nauwkeuriger laten aansluiten op de lokale weersomstandigheden. De waarschuwingen worden weergegeven op kaarten waarop gebruikers kunnen inzoomen. Voor verschillende weertypen, waaronder gladheid, hitte, mist, onweer, sneeuw, zware regenval en windstoten, komen afzonderlijke kaarten beschikbaar.
Ook kunnen meerdere waarschuwingen tegelijkertijd gelden. Zo kan in een groot deel van Nederland code geel van kracht zijn vanwege de hitte, terwijl voor een kleiner gebied afzonderlijk wordt gewaarschuwd voor zware onweersbuien.
Ook Buienradar past zich aan
Buienradar gaat de nieuwe methode eveneens ondersteunen. Op de website en in de app komt een overzichtskaart. Appgebruikers kunnen daarnaast meldingen ontvangen voor hun eigen regio. Met de aanpassing wil het KNMI voorkomen dat mensen buiten een risicogebied onnodig worden gewaarschuwd. Tegelijkertijd moet de nieuwe werkwijze ervoor zorgen dat inwoners en bezoekers in gebieden waar gevaarlijk weer wordt verwacht, gerichter worden geïnformeerd.
