Groningen – Het is een aantal dagen na de Indië-herdenking, die op 15 augustus, voor het eerst in Groningen werd gehouden. Initiatiefnemer Els van der Weele kijkt met veel tevredenheid terug.
Hoi Els! Hoe is volgens jou de eerste Indië-herdenking op het Martinikerkhof verlopen?
“Ik ben eigenlijk wel heel blij dat deze terugblik dit weekend plaatsvindt. De herdenking heeft namelijk heel veel losgemaakt. Het stof moest echt even neerdalen. Als we kijken naar de dinsdag, dan was het heel erg indrukwekkend. Er waren veel mensen bij de herdenking aanwezig, de toespraken waren mooi, en de dans was ontroerend. Na afloop is voor ons heel duidelijk geworden hoe groot de behoefte was aan een herdenking in Groningen. Ik ben door zoveel mensen benaderd, die aan mij lieten weten hoe belangrijk dit voor hun is, en dat dit eindelijk eens in hun omgeving plaatsvond.”
Had je dat van tevoren verwacht?
“Deze herdenking begint met een voorstel, een motie, in de politiek. Als raadslid heb ik mij er sterk voor gemaakt dat het belangrijk is dat deze herdenking er zou komen. Heel lang is het dan een plan op papier, gestoeld op geluiden uit de samenleving. De motie werd aangenomen, en vervolgens wordt de herdenking concreet. Maar het is de eerste keer. En dan rijzen er wel wat vragen. Gaan er mensen komen? Hoe groot is dan de belangstelling? Het is tenslotte midden in de zomervakantie. En ja, dat er zoveel mensen zijn gekomen, dat heeft mij wel positief verbaasd. Het geeft de nut en noodzaak heel duidelijk aan.”
Hoe is het te verklaren dat de herdenking zoveel mensen op de been bracht?
“In de gesprekken die ik de afgelopen dagen met mensen heb gevoerd, blijkt dat het kunnen herdenken hen raakt. Mensen zijn heel dankbaar dat de geschiedenis nu zichtbaar wordt gemaakt. En dat is de kern. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen zowel Nederland als Nederlands-Indië gebukt onder heftig en zwaar oorlogsgeweld. Na de oorlog, toen Nederlanders, Indische en Molukse Nederlanders naar Nederland kwamen, was er voor hun verhaal geen ruimte. Er werd letterlijk gezegd, wij hebben hier vijf jaar geleden onder de Duitsers, wat jullie hebben meegemaakt kan nooit zo erg zijn. En dat zorgde er voor dat de mond op slot ging. Er werd niet over gepraat.”
Terwijl de situatie op Nederlands-Indië net zo erg, of misschien nog wel erger was …
“Oorlog is onder geen enkele omstandigheid fijn of prettig. En het laatste wat je wilt is dat een gesprek over een onderwerp uitmondt in een wedstrijdje ‘wie is het sterkste’. Mijn eigen familie heeft bijvoorbeeld in jappenkampen gezeten. Ook mijn beide ouders zaten als kind in zo’n kamp. Het verhaal van mijn vader is de reden dat ik vorig jaar een motie heb ingediend om deze herdenking op te zetten. Het is een vreselijke tijd geweest, waarbij na 15 augustus 1945, bij de bevrijding, het ook niet direct beter werd. Toen Nederland bevrijd werd door de geallieerden, kon de vrijheid worden gevierd. Maar daar kon dat niet. Men bleef in de kampen, en men kon pas jaren later terug naar Nederland, waarbij het onthaal in ons land verre van vriendelijk was.”
Kun je zeggen dat een herdenking op 15 augustus de afgelopen decennia een soort ontbrekend puzzelstukje was?
“Ik denk dat je kunt stellen dat de mensen die de oorlog op Nederlands-Indië hebben meegemaakt, zich niet gehoord voelen met de dagen die we in mei hebben. Voor de duidelijkheid, de Nationale Herdenkingsdag en Bevrijdingsdag, dat zijn hele belangrijke dagen. Maar 15 augustus, de dag waarop we stilstaan bij het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog, is wel een dag die de erkenning geeft voor de gebeurtenissen op Nederlands-Indië. Voor de mensen die het meegemaakt hebben, maar ook voor de tweede en derde generatie. Doordat er niet over verteld werd, hebben ook deze generaties geleden onder het zwijgen. Dat kreeg ik ook heel duidelijk teruggekoppeld. Dat mensen zeggen, ja, dit is waar het nu over gaat, eindelijk kunnen we praten, eindelijk kunnen we ons verhaal doen.”
