Heerenveen – In de werkruimte onder de tribunes van Thialf klinkt het vertrouwde gesuis van slijpstenen. Daar werkt Ian van Zutphen (37) uit Boksum geconcentreerd aan een paar schaatsen.

Al vier jaar lang is hij een vaste kracht in het stadion, waar topsporters én recreanten hun ijzers in topconditie laten brengen. Bescheiden zegt hij: “Het is niet moeilijk werk, maar je moet het leren. Het is een echte skill.” In een sport waarin tienden van seconden beslissend zijn, is het slijpen van schaatsen een ambacht. “Een schaats is nooit helemaal vlak. Er zit een ronding in het ijzer. Met de slijpsteen maken we ze weer scherp en halen we de bramen weg. Dat doen we voor iedereen. Want met botte schaatsen heb je geen grip en glij je alle kanten op.” Wat ooit begon met vallen en opstaan, is voor Ian inmiddels routine. Dag in dag uit slijpt hij met vaste hand en oog voor detail. “Na een tijdje voel je precies wat een schaats nodig heeft.”
Toch gaat zijn hart vooral sneller kloppen bij natuurijs. “Dat is het mooiste: schaatsen in de rietkragen, op bevroren sloten. Dan voel je wat schaatsen écht is.” En ja, ook de Elfstedentocht blijft een droom. Ian lacht: “Het kriebelt elk jaar. Als het echt gaat vriezen, voel je dat overal. Dan moet je er volop van genieten.” Naast zijn werk in Thialf zet Ian zich in voor de Sven Kramer Academy, die kinderen enthousiast maakt voor schaatsen. “Het is prachtig om te zien hoe jongeren plezier krijgen op het ijs. En als je dat plezier kunt vergroten met goed geslepen schaatsen, dan is dat goud waard.” Hoeveel paren hij per seizoen slijpt? Ian houdt het niet bij. “Het zijn er makkelijk honderd, misschien wel tweehonderd. Maar het blijft mooi werk, elke keer weer.”
