In de nacht van zaterdag op zondag gaat in Nederland weer de zomertijd in. Dat betekent dat de klok om 02.00 uur een uur vooruit gaat naar 03.00 uur.

Wie zondag wakker wordt, moet dus rekening houden met een uur minder slaap. Met het ingaan van de zomertijd verschuift het daglicht verder richting de avond. De zon komt iets later op, maar blijft ook langer zichtbaar. Voor veel mensen voelt dat als het echte begin van het voorjaar: lichtere avonden, meer tijd buiten en terrassen die weer vollopen. Toch heeft de omschakeling ook een keerzijde. Vooral in de eerste dagen merken mensen dat hun ritme even ontregeld kan zijn. Een uur minder slaap lijkt beperkt, maar kan wel invloed hebben op concentratie, alertheid en het gevoel van vermoeidheid. Deskundigen wijzen er daarom geregeld op dat het helpt om in de dagen vooraf iets eerder naar bed te gaan.
De zomertijd werd in Nederland in 1977 opnieuw ingevoerd om aan te sluiten bij de buurlanden. De regeling is onderdeel van Europese afspraken, waardoor in vrijwel alle EU-landen in het voorjaar de klok vooruit gaat en in het najaar weer terug. Al jaren wordt gesproken over het afschaffen van het halfjaarlijks verzetten van de klok, maar daarover is in Europa nog altijd geen definitieve overeenstemming bereikt. Daardoor blijft de huidige regeling voorlopig van kracht. Voor wie bang is het moment te missen, is er goed nieuws: de meeste smartphones, computers en andere digitale apparaten passen de tijd automatisch aan. Bij oudere wekkers, ovens en autoradio’s moet dat vaak nog handmatig gebeuren.
De praktische boodschap blijft dan ook eenvoudig: zet de klok een uur vooruit voordat u zaterdag gaat slapen. Zondag begint daardoor een uur eerder dan u misschien denkt.
