In de nacht van zaterdag op zondag (28/29 oktober 2023) schakelen we over van zomertijd op wintertijd (standaardtijd).
Om juist te zijn: zondagochtend om drie uur ’s draaien we de klok één uur achteruit, drie uur wordt twee uur. Enfin, beter de klok een uur stoppen om mechanische problemen te vermijden…
De overschakeling naar wintertijd heeft drie directe gevolgen: je zal zondagochtend een uur langer kunnen uitslapen, de zon komt vanaf zondagochtend een uur vroeger op en gaat een uur vroeger onder.
De wintertijd zal duren tot 31 maart 2024. Dan schakelen we opnieuw over op zomertijd.
De huidige regeling voor de zomertijd dateert van 1977. Onder invloed van de economische crisis begon de overheid met de tijd te spelen. Door de uren met zonlicht meer te laten samenvallen met het leefpatroon van de mensen, hoopte men energie te besparen.
Ondertussen is dat energie-argument al voltooid verleden tijd. Verschillende studies hebben uitgewezen dat er niet wordt bespaard en dat de invoering van de zomertijd talrijke nevengevolgen heeft. Ochtendfiles rijden langer in het donker, avondfiles rijden meer in verzengende ozon-hitte, biologische klokken raken ontregeld, de zomerhitte blijft een uur langer hangen in de slaapkamers.
Geschiedenis van de tijd
Vroeger was er geen eenheidstijd in België. Middag, het midden van de dag, was dan het ogenblik dat de zon het hoogst aan de hemel stond. Maar dat verschilde van streek tot streek en varieerde in de loop van het jaar (de tijdvereffening ).
Het spoorwegnet zorgde ervoor dat we in 1892 een eenheidstijd kregen, nl. Wereldtijd of UTC (het voormalige Greenwich Mean Time). België ligt immers binnen de tijdzone van de meridiaan van Greenwich.
Dat veranderde resoluut tijdens de bezetting. Van 1914 tot 1918 hanteerden de Duitse bezetters hun tijd. Tijdens de winter liep men één uur voor op de Wereldtijd (dus UTC+1), tijdens de zomer zelfs twee uur (UTC+2). Het was met andere woorden de regeling zoals we die vandaag ook kennen. De reden lag voor de hand: om efficiënt handel te kunnen drijven, was de tijdsbinding met Duitsland van levensbelang. Louter economische redenen dus.
Dat was duidelijk van het goede teveel. Tussen de twee wereldoorlogen in schakelde de Belgische overheid over op een gematigder systeem. Tijdens de zomer gingen we één uur vooruitlopen op UTC. In de winterperiode hielden we vast aan UTC, de tijd van Greenwich.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam het systeem van de dubbele zomertijd weer in voege (zoals we het nu kennen). Vanaf 7 oktober 1946 was het dan voorlopig uit met de zomertijd-perikelen. Men koos voor een eenvormig systeem. Er werd niet meer geprutst aan de tijd. Men koos het hele jaar door voor de formule UTC+1. Tot 25 september 1977 werd er niet geraakt aan de klok. We hanteerden de middeneuropese tijd (UTC+1), winter en zomer.
Sindsdien zijn we overgeschakeld op de dubbele zomertijd. In de winter lopen we één uur vooruit op UTC, in de zomer wordt dat twee uur. Dat wil zeggen dat onze zomerse tijd in feite de oosteuropese tijd is, de tijd van Ankara en Istanbul. Een zomerse middag valt ergens rond 13.45 uur, het warmste ogenblik van de dag verschuift naar 16 à 17 uur.
De zomertijd liep vroeger tot het laatste weekend van september. Maar sinds 1996 hebben we er (onder druk van de Britten en de Ieren) nog een maand bijgedaan. De zomertijd loopt tot het laatste weekend van oktober. Concreet: de zon komt dan op rond 8.30 uur. Daarmee wordt een groot deel van de ochtendfiles ondergedompeld in duisternis. Geen wonder dat de files in oktober langer zijn dan ooit…
Na de Brexit is er niks veranderd.
Problemen
De omschakeling zorgt wereldwijd voor een heleboel ellende en gemiste afspraken. Het is immers een heel ingewikkeld kluwen, want verschillende landen schakelen over op verschillende data. En dat tweemaal per jaar! Het zou veel beter zijn om niet te prutsen met de tijd. Als we zondag allemaal onze klok een uur achteruit moeten draaien, staan we maandag allemaal weer in dezelfde file.
(Bron: FrankDeBoosere.nl)
