Leeuwarden – Het Openbaar Ministerie heeft een gevangenisstraf van vijf jaar geëist tegen een verdachte die zijn partner gedurende bijna twee jaar seksueel zou hebben uitgebuit.

Volgens de officier van justitie maakte de man misbruik van haar kwetsbare positie en zette hij haar onder druk om sekswerk te verrichten, zodat hij daar zelf financieel voordeel uit kon halen. De zaak kwam aan bod tijdens een rechtszitting. Volgens het Openbaar Ministerie heeft de verdachte de geestelijke en lichamelijke integriteit van zijn partner ernstig aangetast. De officier benadrukte dat de uitbuiting plaatsvond binnen hun relatie, waarbij de man misbruik zou hebben gemaakt van het vertrouwen dat het slachtoffer in hem stelde.
Bedreigingen en misleiding
Volgens het OM gebruikte de verdachte verschillende middelen om zijn partner onder druk te zetten. Zo zou hij haar met geweld hebben bedreigd en zich hebben voorgedaan als een andere persoon. Via deze fictieve identiteit gaf hij het slachtoffer opdrachten en uitte hij bedreigingen.
De officier van justitie stelt dat de verdachte bewust inspeelde op haar kwetsbaarheden en zijn overwicht binnen de relatie gebruikte om haar naar zijn hand te zetten. De gevolgen van de gebeurtenissen blijken volgens het OM ook uit de verklaring van het slachtoffer, die tijdens de zitting werd voorgedragen.
Ook geld van minderjarig stiefkind verduisterd
Naast de seksuele uitbuiting wordt de verdachte beschuldigd van verduistering van ongeveer 15.000 euro. Het geld was afkomstig van zijn minderjarige stiefkind. Zij was er volgens het OM niet eens van op de hoogte dat het geld haar toebehoorde.
Het slachtoffer heeft schriftelijk verklaard welke gevolgen de zaak voor haar heeft gehad en nog steeds heeft. Daarbij gaat het niet alleen om het financiële verlies, maar ook om het gebruik van haar identiteit, de nalatenschap van haar overleden vader en opa en het geschonden vertrouwen in de verdachte.
OM verwijt verdachte gebrek aan verantwoordelijkheid
Volgens het Openbaar Ministerie heeft de verdachte de belangen en gevoelens van beide slachtoffers ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen behoeften. De officier stelt dat hij de slachtoffers vooral als inkomstenbron heeft gebruikt. Ook het feit dat de verdachte volgens het OM geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen, weegt mee bij de strafeis. De officier vindt dat deze proceshouding niet bijdraagt aan het herstel van de schade die de slachtoffers hebben geleden.
Naast de gevangenisstraf van vijf jaar heeft het OM een contactverbod en een locatieverbod geëist. Ook heeft de officier aangekondigd een vordering tot ontneming in te dienen, waarmee mogelijk wederrechtelijk verkregen voordeel wordt teruggevorderd.
De rechtbank doet op 17 november uitspraak.
